De contextlaag moet ingeprikt kunnen worden door de AAVA-agents en context kunnen halen uit het Aareon NL ecosysteem: Tobias 365, Assets & Treasury, Embrace KCC, Digitale Dienstverlening en Lux. De eerste stap is context lézen; handelen in systemen komt later. Voor de paper volstaat een heldere architectuurplaat op hoofdlijnen die ook niet-techneuten snappen.
Eén systeem dat constant gevoed wordt
De drempel aan de voorkant is nul; de motor maakt van elke invoer gekeurde kennis; de kennisbank is de enige waarheid; en elk gebruik voedt het systeem opnieuw — via de gouden retourlijn rechts.
- Per product bepalen welke context waardevol is voor de kennislaag en welke koppelvlakken er al zijn.
- Het integratiepatroon op hoofdlijnen kiezen: hoe halen agents en assistent context op, waar zit de kennislaag ten opzichte van de producten.
- Een architectuurplaat maken: de contextlaag in het midden, drie afnemers erboven, het ecosysteem eronder.
Besluit: Outline als canonieke kennisbank, twee werkplek-sporen
Outline (open source, markdown-native, rechten per collectie, ingebouwde MCP-server, kant-en-klare sync naar Open WebUI) wordt de canonieke kennisbank; n8n — dat al bij Embrace draait — verzorgt de workflows (verificatie-herinneringen, signaalkaarten, sync-triggers). SharePoint blijft de vindplaats van bestaand bronmateriaal voor de kennisoogst; nieuwe gecureerde kennis landt in Outline. Rationale: de kennislaag is het duurzame bezit en moet in fase 3 toch platform-onafhankelijk zijn — door direct op een eigen, exporteerbare kennisbank te starten vervalt dat migratiemoment. Licentie-kanttekening: Outline is BSL 1.1 (intern vrij; doorverkopen als dienst vergt een regeling).
Het twee-sporenmodel (iedereen heeft Claude Max)
De kennisbank bedient twee werkplekken: Claude (via Outlines MCP-server — snelste adoptie, beste modellen, voor sector- en productkennis) en Open WebUI (de soevereine lijn — voor strikte klant- en commerciële kennis, en de voorloper van het klantproduct, want klanten hebben geen Claude Max). De spelregel tussen de sporen is het lagen-model. De accounts zijn zakelijk (geen training op onze data); de spelregel tussen de sporen blijft het lagen-model.
De ontwerpprincipes (onverkort geldig)
- Spiegelprincipe: collectie = doelgroep = Entra ID-groep; vertrouwelijkheidsniveau = aparte collectie. Mengen = lekken.
- Waarschuwen zonder lekken (casus 2-eis) opgelost: strikt document + openbare signaalkaart; de brede index bevat per constructie geen geheime inhoud.
- Metadata-schema met eigenaar, verificatiestatus en houdbaarheid (Guru-patroon via n8n), domein- en vertrouwelijkheidslabel.
- De vectordatabase is een wegwerp-index, nooit de bron; gesyncte collecties read-only; maandelijkse patch-discipline.
Afgewezen en groeipad
GitHub/Git als kennisbank afgewezen (rechten per repo, PR-fuik, nieuwe US-afhankelijkheid; wél niche-spoor voor technische docs in Azure DevOps). Docmost op de watchlist (modern maar pre-1.0, geen oikb-connector). R&D-inschatting: ± 6-12 dagdelen eenmalig, daarna 1-2 dagdelen per maand; contentbeheer volledig door consultants. Open keuze: self-hosted op eigen soevereine infra versus EU-managed (advies: managed voor de pilot; alles is markdown, dus migreren kan altijd).
Volledige uitwerking incl. autorisatietabel, metadata-schema en dev-inschattingen: 08-architectuur.md in de projectmap.